Dit dilemma dient zich ook weer aan in het tweede schooljaar. Klassen worden gecombineerd en je ziet nieuwe gezichten. Om risico's te vermijden werk je samen met mensen waarmee je eerder in de klas hebt gezeten. Dat gaat prettig, maar daardoor blijf je in dezelfde 'rol' als altijd. Je hebt een band met je klasgenoten en iedereen schikt zich in een bepaalde rol. Veilig, maar niet uitdagend.
Ik had goed nagedacht over het feit dat ik 3 vakken zou laten vallen (zie mijn vorige blog.) Vandaag vertelde ik dat aan een groepsgenoot waarmee ik nog nooit eerder heb samengewerkt. En tot mijn verbazing reageerde hij heel anders dan verwacht. Hij relativeerde en benoemde de werkzaamheden voor de vakken. Daarbij bood hij aan mij bij een ander vak in de groep te nemen, dan mocht ik meeliften. Minimale inspanning, maximaal resultaat.
Ik gaf aan me hier niet prettig bij te voelen. Ik houd immers totaal niet van meelifters en zo maak ik mijn probleem tot het probleem van iemand anders. Hij gaf aan mij te begrijpen, maar zei dat ik een harde werker ben en ook weleens wat minder mag doen. Eigenlijk kwam het erop neer dat ik hartstikke gek zou zijn als ik zijn aanbod niet aannam.
Dus, dat ga ik maar doen, want hij heeft gelijk. Ik ben blij met zo'n persoon in de klas. We zijn toevallig bij elkaar in de groep gezet, maar wie weet pakt dat heel goed uit. Dat geeft een goed gevoel.